Eparticipatie nog in de kinderschoenen
19-11-2009
Maar dat het niet alleen kommer en kwel is op het gebied van epartcipatie, blijkt onder meer uit de nominaties voor de ePartcipatie Award 2009 die in december door staatssecretaris Bijleveld van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zal worden uitgereikt. De awards worden uitgereikt aan het beste eparticipatie-initiatief uit de samenleving en het beste initiatief van een overheid. Vorig jaar gingen de awards onder meer naar RotterdamIdee en Buurtlink.
Onduidelijkheid
Aanleiding voor het onderzoekExterne link naar de stand van zaken van eparticipatie was het ontbreken van een duidelijk overzicht op dit vlak. Onderzoeksbureau sCompany van de Hogeschool van Utrecht kwam onder meer tot de conclusie dat er geen eenduidige begrip is van de term eparticipatie. “Een definitie is ook lastig”, beaamt Matt Poelmans, programmamanager van BurgerlinkExterne link, het programma dat in 2008 in het leven is geroepen om een bijdrage te leveren aan de verbetering van eparticipatie, “Kort gezegd komt eparticipatie neer op het betrekken van burgers bij beleid en dienstverlening.”
In de geboorte-akte van het Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-overheid (NUP), het rapport Het uur van de waarheidPDF-icoon, onderstreepten Jacques Wallage en Jan Postma in 2007 al het belang van de burger en bevordering van inspraak.
Tandje bijzetten
Natuurlijk is het internet meer en meer een kanaal voor eparticipatie geworden. Het is een belangrijk onderdeel geworden van de Nederlandse samenleving: bijna de gehele bevolking is aangesloten. Internet is een platform geworden voor diensten, sociale contacten en samenwerking. Web 2.0, het sociale en interactieve web, heeft het aantal mogelijkheden om via dit platform te communiceren sterk uitgebreid. Ook de overheid heeft meer mogelijkheden om interactiever en transparanter te werken. Maar volgens Matt Poelmans moeten veel overheden oppassen dat zij de Web 2.0 boot niet missen. Overheden moeten daarom volgens de programmamanager een tandje bijzetten om de huidige internetontwikkelingen bij te houden. “De ontwikkeling van Web 2.0 betekent een nieuwe fase voor het internet. Eenzijdige verspreiding is vervangen door tweezijdige verspreiding, er is sprake van interactie. Deze ontwikkeling in de samenleving gaat snel, niemand heeft er echt goed zicht op. Ook overheden niet! Zij zijn bij wijze van spreken nog bezig met 1.0 van de grond te krijgen. De stelling van Burgerlink is dan ook: Een slimme overheid is op mondige burgers voorbereid.” “Maar er zijn zeker ook gemeenten waar 't wel goed gaat eparticipatie. Kijk bijvoorbeeld naar Almere, Enschede, Amersfoort of Woerden, die gemeenten zijn echt goed bezig”, vult Mieke van Heesewijk, adviseur eParticipatie bij Burgerlink, aan. “Bij de meeste gemeenten ligt de nadruk echter op het op orde krijgen van de digitale dienstverlening, op het voldoen aan de eisen die daaraan gesteld worden in het Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-overheid (NUP) en blijft eparticipatie een zorgenkindje.“
Web 2.0
“Web 2.0 draait om mensen. De technologie geeft hier ook de mogelijkheden voor”, licht Matt Poelmans toe, “Web 2.0 wordt ook wel het sociale web genoemd”. Burgers gaan zelf op zoek naar informatie en vinden die ook, juiste of onjuiste, op het worldwideweb. “Als de overheid net iets te laat is met voorlichting over een griepepidemie, gaan mensen zelf wel op zoek naar informatie. En die vinden ze ook, al is de informatie in veel gevallen onjuist. “Er is een soort van kennisdemocratie ontstaan. Daarnaast gaan mensen zich meer en meer verenigen en dankzij de netwerkprincipes van Web 2.0 kan dat ook vrij makkelijk. Kortom, burgers aan de macht, burgers bewapenen zichzelf in de strijd tegen de overheid. Het is die strijd die de overheid over dient te nemen om aansluiting te houden,” zet Mieke van Heesewijk uiteen.
Een goed voorbeeld van burgers die zich verenigen en wapenen is Geluidsnet.nlExterne link. Dit burgerinitiatief voorziet bewoners die last hebben van vliegtuiglawaai van feitelijke meetgegevens waarmee zij hun acties tegen aantasting van hun woonomgeving kracht kunnen bijzetten. De informatie die Geluidsnet beschikbaar stelt was tot de oprichting van de website in 2003 niet openbaar en alleen beschikbaar binnen de luchtvaartsector. Inmiddels is het experiment omgedoopt tot een regulier bedrijf waar 5 personen werken.
Wijzig de strategie
“Gemeenten moeten met andere methoden andere doelgroepen aanboren. Verwacht niet dat de mensen wel naar jou toe zullen komen. De truc is dat je ervoor zorgt dat de info bij de ander komt, in plaats van verwachten dat de ander de info wel bij jou komt halen. Daarom is het ook een misvatting om te denken: hoe beter een website hoe meer bezoekers”, is Poelmans advies. Als voorbeeld geeft hij de implementatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), deze wet is er voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld door ouderdom, chronische ziekte, handicap of psychische problemen. “Gemeenten betrekken vaak de ouderraad bij besprekingen over de Wmo, maar deze wet omvat eigenlijk veel bredere taken van de gemeente en is er ook voor bijvoorbeeld jongeren. Gemeenten moeten daarom ook andere mensen hierbij betrekken. Jongeren bijvoorbeeld gaan niet zo snel één keer per week in een overleg zitten. Dat moet dus anders. De gemeente Bodegraven bijvoorbeeld maakt hiervoor gebruik van wiki's en dat werkt goed.”
Verwarring
“Je ziet dat er bij veel gemeenten verwarring is, er is behoefte aan advisering. We hebben onlangs het boekje ABC van de moderne overheidExterne link, Altijd Burger Centraal, naar alle burgemeesters gestuurd. In dit ABC wordt gemeente onder meer geadviseerd om burgerbetrokkenheid te stimuleren met behulp van eParticipaties-instrumenten. Gemeenten kunnen zich bijvoorbeeld aansluiten bij Petities.nl waarmee iedere burger digitaal een petitie kan starten of ondertekenen of bij WatStemtMijnRaad, dat het stemgedrag van raadsleden inzichtelijk maakt, een soort stemwijzer met terugwerkende kracht”, vertelt Mieke van Heesewijk. Het betrekken van burgers bij het verbeteren van publieke dienstverlening, openbaar bestuur en sociale cohesie door onder meer het ontwikkelen van eParticipatie-instrumenten is één van de kerntaken van het programma Burgerlink. ePetities .nl en WatStemtMijnOverheid zijn slechts twee instrumenten ontwikkeld door Burgerlink. Twee andere, WijWaarderenDeOverheid en Issuefeed, zijn nog in ontwikkeling. Met de voltooiing van die twee instrumenten zou Burgerlink haar doelstelling, voor eind 2010 vier participatie-instrumenten ontwikkelen, halen. 'Samen is het een mooi pakket instrumenten die zeker kunnen bijdragen aan een ander overheidsbeleid”, besluit Poelmans.
De winnaars van de eParticipatie Awards zullen op 3 december bekend worden gemaakt op Twitter via @Burgerlink ((#ePAW09).
Bron: http://www.e-overheid.nl/
Onduidelijkheid
Aanleiding voor het onderzoekExterne link naar de stand van zaken van eparticipatie was het ontbreken van een duidelijk overzicht op dit vlak. Onderzoeksbureau sCompany van de Hogeschool van Utrecht kwam onder meer tot de conclusie dat er geen eenduidige begrip is van de term eparticipatie. “Een definitie is ook lastig”, beaamt Matt Poelmans, programmamanager van BurgerlinkExterne link, het programma dat in 2008 in het leven is geroepen om een bijdrage te leveren aan de verbetering van eparticipatie, “Kort gezegd komt eparticipatie neer op het betrekken van burgers bij beleid en dienstverlening.”
In de geboorte-akte van het Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-overheid (NUP), het rapport Het uur van de waarheidPDF-icoon, onderstreepten Jacques Wallage en Jan Postma in 2007 al het belang van de burger en bevordering van inspraak.
Tandje bijzetten
Natuurlijk is het internet meer en meer een kanaal voor eparticipatie geworden. Het is een belangrijk onderdeel geworden van de Nederlandse samenleving: bijna de gehele bevolking is aangesloten. Internet is een platform geworden voor diensten, sociale contacten en samenwerking. Web 2.0, het sociale en interactieve web, heeft het aantal mogelijkheden om via dit platform te communiceren sterk uitgebreid. Ook de overheid heeft meer mogelijkheden om interactiever en transparanter te werken. Maar volgens Matt Poelmans moeten veel overheden oppassen dat zij de Web 2.0 boot niet missen. Overheden moeten daarom volgens de programmamanager een tandje bijzetten om de huidige internetontwikkelingen bij te houden. “De ontwikkeling van Web 2.0 betekent een nieuwe fase voor het internet. Eenzijdige verspreiding is vervangen door tweezijdige verspreiding, er is sprake van interactie. Deze ontwikkeling in de samenleving gaat snel, niemand heeft er echt goed zicht op. Ook overheden niet! Zij zijn bij wijze van spreken nog bezig met 1.0 van de grond te krijgen. De stelling van Burgerlink is dan ook: Een slimme overheid is op mondige burgers voorbereid.” “Maar er zijn zeker ook gemeenten waar 't wel goed gaat eparticipatie. Kijk bijvoorbeeld naar Almere, Enschede, Amersfoort of Woerden, die gemeenten zijn echt goed bezig”, vult Mieke van Heesewijk, adviseur eParticipatie bij Burgerlink, aan. “Bij de meeste gemeenten ligt de nadruk echter op het op orde krijgen van de digitale dienstverlening, op het voldoen aan de eisen die daaraan gesteld worden in het Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-overheid (NUP) en blijft eparticipatie een zorgenkindje.“
Web 2.0
“Web 2.0 draait om mensen. De technologie geeft hier ook de mogelijkheden voor”, licht Matt Poelmans toe, “Web 2.0 wordt ook wel het sociale web genoemd”. Burgers gaan zelf op zoek naar informatie en vinden die ook, juiste of onjuiste, op het worldwideweb. “Als de overheid net iets te laat is met voorlichting over een griepepidemie, gaan mensen zelf wel op zoek naar informatie. En die vinden ze ook, al is de informatie in veel gevallen onjuist. “Er is een soort van kennisdemocratie ontstaan. Daarnaast gaan mensen zich meer en meer verenigen en dankzij de netwerkprincipes van Web 2.0 kan dat ook vrij makkelijk. Kortom, burgers aan de macht, burgers bewapenen zichzelf in de strijd tegen de overheid. Het is die strijd die de overheid over dient te nemen om aansluiting te houden,” zet Mieke van Heesewijk uiteen.
Een goed voorbeeld van burgers die zich verenigen en wapenen is Geluidsnet.nlExterne link. Dit burgerinitiatief voorziet bewoners die last hebben van vliegtuiglawaai van feitelijke meetgegevens waarmee zij hun acties tegen aantasting van hun woonomgeving kracht kunnen bijzetten. De informatie die Geluidsnet beschikbaar stelt was tot de oprichting van de website in 2003 niet openbaar en alleen beschikbaar binnen de luchtvaartsector. Inmiddels is het experiment omgedoopt tot een regulier bedrijf waar 5 personen werken.
Wijzig de strategie
“Gemeenten moeten met andere methoden andere doelgroepen aanboren. Verwacht niet dat de mensen wel naar jou toe zullen komen. De truc is dat je ervoor zorgt dat de info bij de ander komt, in plaats van verwachten dat de ander de info wel bij jou komt halen. Daarom is het ook een misvatting om te denken: hoe beter een website hoe meer bezoekers”, is Poelmans advies. Als voorbeeld geeft hij de implementatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), deze wet is er voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld door ouderdom, chronische ziekte, handicap of psychische problemen. “Gemeenten betrekken vaak de ouderraad bij besprekingen over de Wmo, maar deze wet omvat eigenlijk veel bredere taken van de gemeente en is er ook voor bijvoorbeeld jongeren. Gemeenten moeten daarom ook andere mensen hierbij betrekken. Jongeren bijvoorbeeld gaan niet zo snel één keer per week in een overleg zitten. Dat moet dus anders. De gemeente Bodegraven bijvoorbeeld maakt hiervoor gebruik van wiki's en dat werkt goed.”
Verwarring
“Je ziet dat er bij veel gemeenten verwarring is, er is behoefte aan advisering. We hebben onlangs het boekje ABC van de moderne overheidExterne link, Altijd Burger Centraal, naar alle burgemeesters gestuurd. In dit ABC wordt gemeente onder meer geadviseerd om burgerbetrokkenheid te stimuleren met behulp van eParticipaties-instrumenten. Gemeenten kunnen zich bijvoorbeeld aansluiten bij Petities.nl waarmee iedere burger digitaal een petitie kan starten of ondertekenen of bij WatStemtMijnRaad, dat het stemgedrag van raadsleden inzichtelijk maakt, een soort stemwijzer met terugwerkende kracht”, vertelt Mieke van Heesewijk. Het betrekken van burgers bij het verbeteren van publieke dienstverlening, openbaar bestuur en sociale cohesie door onder meer het ontwikkelen van eParticipatie-instrumenten is één van de kerntaken van het programma Burgerlink. ePetities .nl en WatStemtMijnOverheid zijn slechts twee instrumenten ontwikkeld door Burgerlink. Twee andere, WijWaarderenDeOverheid en Issuefeed, zijn nog in ontwikkeling. Met de voltooiing van die twee instrumenten zou Burgerlink haar doelstelling, voor eind 2010 vier participatie-instrumenten ontwikkelen, halen. 'Samen is het een mooi pakket instrumenten die zeker kunnen bijdragen aan een ander overheidsbeleid”, besluit Poelmans.
De winnaars van de eParticipatie Awards zullen op 3 december bekend worden gemaakt op Twitter via @Burgerlink ((#ePAW09).
Bron: http://www.e-overheid.nl/
