Sla menu over en ga naar de inhoud

Daadkracht voor de Overheid - Fundament voor e-overheid

-

Fundament voor e-overheid

06-06-2008 

Afwachtend, zo zijn de reacties op het Actieprogramma e-overheid. “Het is een begin, wat ons betreft voor vergaande samenwerking van gemeenten in een shared service centrum”, oordeelt VVD-Tweede Kamerlid Brigitte van der Burg. “De rijksoverheid moet zelf nog heel veel regelen, voordat ze de e-overheid aan gemeenten kan opleggen”, stelt Joost Eijkelenboom, hoofd ICT bij de gemeente Urk. Henk Wesseling, gemeentesecretaris Dordrecht, noemt het programma “een fundament onder de e-dienstverlening, die we samen verder moeten invullen.”
Het klopt dat dit programma verder gestalte moet krijgen door rijk, provincies, waterschappen en gemeenten samen. Dan zal ook blijken of de in het programma genoemde verplichtingen echt opgelegd kunnen worden. Het programma is er nu stellig in: Meer regie, verplicht gebruik van de e-bouwstenen en meer geld voor de e-overheid, dat zijn de hoofdlijnen.

De Visie op betere dienstverlening en het Actieprogramma zijn het antwoord van het kabinet op de commissie Postma – Wallage. Die stelde dat er meer regie nodig is vanuit het rijk, dat decentrale overheden het overzicht kwijt zijn door de vele initiatieven op het gebied van de e-overheid en dat er extra geld moet komen voor de invoering van de e-overheid. Bijna al deze bevindingen zijn overgenomen, zo stelt de staatssecretaris in het actieprogramma en de bijbehorende visie.

Het actieprogramma valt uiteen in vijf delen. Er zijn zes ‘voorbeeldprojecten’ aangewezen die, met een bijbehorende planning, moeten laten zien wat de e-infrastructuur voor de dienstverlening betekent. Dit zijn de Omgevingsvergunning, het Digitaal klantdossier, het Landelijk digitaal loket schoolverlaten, de Verwijsindex jongeren, WMO/Regelhulp en de Dienstenrichtlijn 1-loket.

Geen centrale regie
Daarnaast wordt er een kerninfrastructuur vastgesteld, waarop elke overheid zich nog deze kabinetsperiode moet aansluiten. Hier vallen onder meer DigiD en Mijnoverheid.nl onder. Ten derde wordt de regie versterkt. Maar niet op centraal niveau, zoals de commissie Postma – Wallage voorstelde: de bestaande Regiegroep Dienstverlening en e-overheid, die onder leiding staat van staatssecretaris Bijleveld, is uitgebreid met de portefeuillehouders van de departementen, die verantwoordelijk zijn voor de zes genoemde voorbeeldprojecten. Ook de Manifestgroep, de grote uitvoeringsorganisaties, zitten aan tafel.

Een vierde maatregel is de financiering van het programma. De bestaande financiering wordt uitgebreid en er worden nieuwe afspraken over gemaakt. Zo wordt het gebruik van de generieke e-bouwstenen (zoals DigiD en de basisregistraties) gratis voor (overheids)gebruikers. De Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN) krijgt 7 miljoen euro. Verder is er 54 miljoen euro vrijgemaakt voor ‘investeringen in de e-overheid en ICT’. Het ministerie van EZ werkt de toekenningscriteria, die het kabinet eerder vaststelde, momenteel verder uit in de nieuwe ICT-agenda. Dit en komend jaar wordt bekend waar dit geld naartoe gaat.

Tot slot wordt de financiering aan de i-teams van EGEM uitgebreid, zodat zij alle gemeenten kunnen bedienen. De commissie Postma – Wallage had becijferd dat met het bestaande budget maar tachtig procent van de gemeenten eenmalig bediend kon worden.

Henk Wesseling: Goed fundament
“Heel positief dat dit er nu is. Het legt een goed fundament onder de elektronische overheid”, stelt Henk Wesseling, gemeentesecretaris van Dordrecht. “Als we dit nu ook echt samen verder gaan invullen, met alle overheden, dan ligt er een goede gemeenschappelijke basis voor e-dienstverlening.” Geen enkele overheid kan met dit programma nog klagen dat de ‘e-overheid’ te complex of te onoverzichtelijk is, zegt hij. “Iedereen die verder wil, kan bovendien verder gaan dan in het programma is vastgelegd.”

Wesseling vindt het ook positief dat het actieprogramma gekoppeld is aan een visie op dienstverlening. “Informatisering moet je niet blind inzetten, maar vanuit een visie op hoe je als overheid wilt omgaan met je burgers.”

Het kabinet trekt extra geld uit voor de e-bouwstenen en de ondersteuning van gemeenten door de i-teams. “Het is geen vetpot wat er nu bij komt, we zullen als gemeenten zeker moeten bekijken hoe we extra geld kunnen vrijmaken om de e-dienstverlening te realiseren. Gezien de grote investeringen die dat vereist, had ik wel meer budget willen zien. Maar het is in ieder geval een begin.”

Recht op e-overheid
Het actieprogramma uit ferme taal: overheden zullen verplicht worden om bepaalde e-bouwstenen te gebruiken, zoals de basisregistraties. En burgers krijgen het recht op elektronische communicatie met de overheid. Dat vindt Wesseling wat al te scherp: “Als je burgers dat recht gaat geven, dan mag je eerst wel heel goed weten wat je wel en niet moet regelen. Je zult eerst een goed e-dienstverleningsstelsel moeten neerzetten.”

Ook over het verplichte gebruik van e-bouwstenen heeft hij zijn twijfels: “Ik zou liever zien dat men aansluit bij wat gemeenten nu al doen aan de kwaliteit van hun dienstverlening. Gemeenten kunnen beter uitgedaagd worden: het rijk maakt duidelijk wat ze doet, dan mag er van gemeenten ook het nodige verwacht worden. Maar dat is het enige minpunt dat ik zie in dit programma.”

VVD: groei naar shared services
“De intentie van het programma is goed. Al moeten we natuurlijk afwachten welke middelen de staatssecretaris heeft om alles wat erin staat, te bereiken”, zegt Brigitte van der Burg, Tweede Kamerlid van de VVD. “Tot nu toe was de lijn dat overheden vrijblijvend alles mochten organiseren, zodat men overal opnieuw het wiel aan het uitvinden was. Het is goed dat dat niet meer mag. Het verplicht gebruik van de basisregistraties bijvoorbeeld, juich ik toe. Dan moet daar ook aan gekoppeld zijn dat men daarnaast niet meer de eigen registraties mag gebruiken.”

Ze stelt dat het tijd werd dat overheden niet meer elk hun eigen ICT ontwikkelen. “We zijn als VVD voor lokale autonomie, maar ICT is wat ons betreft net als het wegennet. Niet elke gemeente of provincie heeft zijn eigen soort weg, de basisinfrastructuur is hetzelfde. Dat moet ook voor ICT gaan gelden, met een zelfde onderliggende infrastructuur en een basispakket van diensten dat voor elke gemeente gelijk is. En waarvan het beheer in een shared service center is ondergebracht.” Ze ziet dit actieprogramma als een aanzet daartoe.

Gemeente Urk
“Het verschil tussen gemeenten moet niet nog verder oplopen, wat dat betreft is dit actieprogramma goed. Maar het is een plan, we moeten nog zien hoe het gerealiseerd gaat worden “, zegt Joost Eijkelenboom, hoofd ICT bij de gemeente Urk. Hij heeft de visie en het actieprogramma met zijn collega’s bestudeerd en komt tot de conclusie dat er ook veel niet in staat, wat wel noodzakelijk is om gemeenten op de e-overheid aan te sluiten. “Zo is er meer afstemming nodig tussen ministeries, over de manier waarop initiatieven voor e-dienstverlening worden ingericht. Nu werken de verschillende kolommen bijvoorbeeld met eigen standaarden voor berichtenuitwisseling: de basisregistratie adressen en gebouwen werkt anders dan de uitwisseling met Suwinet.”

Verder zou hij graag zien dat de basisobjectgegevens, die nu voor de diverse basisregistraties zijn ontwikkeld, uitgebreid worden. Zodat gemeenten op basis daarvan applicaties kunnen ontwikkelen. Ook mist hij de oplossingen van de Midoffice Community, die anders dan vergelijkbare initiatieven GovUnited en Dimpact niet in het actieprogramma wordt genoemd. “Terwijl de oplossingen die we in deze Community samen ontwikkelen, heel goed bij de doelstellingen van EGEM passen qua schaalbaarheid en omvang.”

Dat bouwstenen verplicht worden gesteld vindt hij uitstekend, “die gebruiken we ook al”. Hij plaatst wel zijn vraagtekens bij het tegelijkertijd inzetten op Mijnoverheid.nl én het aanwijzen van gemeenten als primair aanspreekpunt voor de burger (het project Overheid heeft antwoord, beide zijn voorbeeldprojecten in het Actieprogramma, red.). “Dat kan toch niet samen gaan?” Een afwachtende reactie dus, waaruit duidelijk blijkt dat de rijksoverheid zelf nog het nodige moet doen voordat het decentrale overheden kan afdwingen om digitaal te gaan.

Vierpartijenakkoord
De concrete acties die rijk, gemeenten, provincies en waterschappen nu verder gaan nemen, zullen in een ‘Vierpartijenakkoord’ worden omschreven, zo stelt Bijleveld in het programma. Het is de bedoeling om alle partijen (waterschappen, gemeenten, provincies en rijk) nog voor de zomer bij elkaar te brengen. Er zal dan afgesproken worden hoe de zes genoemde voorbeeldprojecten worden ingevoerd en hoe de verplicht gestelde voorzieningen worden geïmplementeerd. De ondertekening van dit akkoord staat voor september gepland, zo laat het ministerie weten.

Bron: www.digitaalbestuur.nl