Sla menu over en ga naar de inhoud

Daadkracht voor de Overheid - Rechter handhaaft gebruik GBA-geg...

  • Home /
  • Nieuws /
  • Rechter handhaaft gebruik GBA-gegevens
-

Rechter handhaaft gebruik GBA-gegevens

24-10-2008 

Bestuursorganen die beschikken over gegevens uit de GBA zijn wettelijk verplicht om deze ook te gebruiken. Ze mogen niet meer afgaan op 'eigen' gegevens, ook om te voorkomen dat hierop gebaseerde besluiten onjuist blijken te zijn. Twee recente uitspraken van de Raad van State bevestigen de noodzakelijkheid hiervan.
Sinds 2001 is in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) vastgelegd dat bestuursorganen in beginsel de gegevens uit de GBA behoren te gebruiken. Zij mogen geen burgers of bedrijven om gegevens vragen en ook niet op een andere wijze - bijvoorbeeld uit een zelf bijgehouden registratie - een vergelijkbaar gegeven gebruiken. In de praktijk blijkt het toezicht houden op, en vooral het 'handhaven' van het gebruik van basisregistraties, echter lastig te zijn.

Burgers of bedrijven hebben weliswaar het recht te weigeren om reeds bij de overheid bekende gegevens opnieuw te verstrekken. In de praktijk kan dit leiden tot 'ongemakkelijke situaties aan het loket'. Bijvoorbeeld doordat onwillige bestuursorganen onnodig lang de tijd nemen om een aanvraag te behandelen. Wel kunnen (toekomstige) technische voorzieningen de herhaalde vraag om gegevens aan burgers of bedrijven overbodig maken. Maar dit is veelal nog toekomstmuziek.

Oordeel rechter
Om het gebruik van actuele, authentieke gegevens, gericht op een beter functionerende overheid, beter te kunnen handhaven, speelt nu ook de rechter een belangrijke rol. Zo oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State recentelijk in twee vergelijkbare beroepszaken over het gebruik van adresgegevens door het ministerie van VROM. Dat stuurde iemand een besluit tot terugvordering van teveel ontvangen huursubsidie naar diens laatst bekende adres, zoals dat was opgenomen in de registratie van de huursubsidie. De in de tussentijd verhuisde persoon kreeg deze brief dusdanig laat, dat hij pas een bezwaarschrift kon indienen na de hiervoor geldende termijn. Het ministerie verklaarde daarop het bezwaar 'niet ontvankelijk'.

In hoger beroep werd de persoon in kwestie door de Raad van State in het gelijk gesteld. Hoewel in de voorwaarden voor het krijgen van huursubsidie is vastgelegd dat de ontvanger een adreswijziging bij VROM moet melden, gaat de GBA toch vóór, zo oordeelde de rechter. Dit, mits een verhuizing tijdig bij de GBA is gemeld. Omdat de ontvanger van de huursubsidie dit inderdaad tijdig had gedaan, moest zijn bezwaarschrift alsnog in behandeling worden genomen.

Bron: www.e-overheid.nl