Sla menu over en ga naar de inhoud

Daadkracht B.V. - Internetdemocratie: durven en doen

-

Internetdemocratie: durven en doenLeesVoor

16-12-2002 - Je kunt op internet overal en met iedereen discussiëren behalve met de overheid.Hoewel? Al in 1997 discussieerde de wethouder van gezondheidszorg van de gemeente Amsterdam vier weken met Amsterdamse jongeren over drugs. Het experiment bracht de jongeren onder meer via party sites in contact met de gemeente. Via de site ?Dansen op de vulkaan?, met zelfs een leesbare versie van een ambtelijk stuk, ontstond een stevige discussie tussen jongeren en de gemeente over het drugspreventiebeleid.
"...Je kunt op internet overal en met iedereen discussiëren behalve met de overheid".

Hoewel? Al in 1997 discussieerde de wethouder van gezondheidszorg van de gemeente Amsterdam vier weken met Amsterdamse jongeren over drugs. Het experiment bracht de jongeren onder meer via party sites in contact met de gemeente. Via de site ?Dansen op de vulkaan?, met zelfs een leesbare versie van een ambtelijk stuk, ontstond een stevige discussie tussen jongeren en de gemeente over het drugspreventiebeleid.

Tot nu toe hebben maar weinig overheden, een kleine vijf procent, op een dergelijke manier geëxperimenteerd met interactieve beleidsvorming via internet. Vaak met wisselend succes. Teveel experimenten bleven steken in de goede bedoelingen. Ze gingen te veel uit van de dynamiek van het openbaar bestuur en te weinig van de dynamiek van internet. Als een burger een gemeente binnenrijdt komt deze niet via het gemeentehuis binnen, op internet wel. Nu het ministerie van Binnenlandse Zaken interactieve beleidsvorming via internet volop stimuleert en veel overheden hun eerste stappen naar interactiviteit gaan zetten is het verstandig te leren van de ervaringen uit het verleden. In dit artikel beschrijven wij enkele aspecten die van belang zijn bij het experimenteren met interactieve beleidsvorming via internet.

Integrale aanpak met geschikte onderwerpen
Internet is een extra kanaal naar een doelgroep en leent zich uitstekend voor communicatie over-en-weer. Maar het medium afzonderlijk inzetten maakt de kans op succes kleiner. Als een overheid internet wil inzetten bij interactieve beleidsvorming, moet dat daarom integraal met de andere reguliere interactieve trajecten gebeuren. Internet is één van de instrumenten en geen doel op zich. De overheid moet een interactief traject ontwerpen en daarbij vervolgens de benodigde instrumenten zoeken, van een bijeenkomst in café ?Het Zwaantje? tot een virtuele wereld op internet. De gekozen onderwerpen moeten afgebakend en concreet zijn, geschikt voor discussie en uiteraard interessant voor burgers. Vaak zijn dat onderwerpen die de persoonlijke leefomgeving van de burger raken.

Plaats in het besluitvormingsproces

Niet alle fases binnen het beleidsproces lenen zich voldoende voor een interactieve aanpak. Welke wel? Probleemdefinitie, het toetsen van verschillende oplossingsmogelijkheden en een beleidsvoorstel zijn stadia waarin er nog ruimte is voor creatieve ideeën en wijzigingen in het voorgestelde beleid. Dan is het probleem van de representativiteit ook nog niet duidelijk aanwezig, omdat het vooral gaat om de ideeënrijkdom die kan worden aangeboord. Een prettig neveneffect daarbij is dat ook draagvlak bij de doelgroep kan worden gevormd. Op dit moment is het al volstrekt normaal dat de overheid in de beleidsvoorbereiding deskundigen raadpleegt. Via internet kan dat openbaar en alleen dat is al democratische winst. Harde voorwaarde voor een goed interactief debat is dat er voldoende beleidsruimte is om iets te doen met de inbreng van burgers. Dat kan op zeer concreet niveau zijn, maar zich ook meer op de grote lijn richten. Vooraf moet het voor iedereen duidelijk zijn wat de bandbreedte is voor de discussie en hoe het proces van besluitvorming verloopt. In een later stadium moet de inbreng gelegitimeerd worden door goedkeuring door de volksvertegenwoordiging.

Organisatie achter de site
Voor het interactief beleidsproces is het verstandig een slagvaardig projectteam samen te stellen dat duidelijke afspraken maakt met de politiek en de ambtelijke organisatie over hun actieve deelname. Bijvoorbeeld: op welke wijze en hoe snel reageert de overheid op de inbreng van burgers? Deelname aan de discussie vanuit de overheid, in de persoon van één of meer bestuurders, is essentieel voor de kwaliteit en de hoeveelheid respons van de discussie. Als ambtenaren meedoen, moeten zij een duidelijk mandaat hebben. Door de actieve inbreng vanuit de overheid voelen deelnemers aan de discussie zich serieus genomen. Dat heeft invloed op hun eigen inbreng. Een discussie heeft een gespreksleider (moderator) nodig, ook als de discussie digitaal plaatsvindt. De keuze voor een gespreksleider hangt vooral af van het onderwerp. De leden van het projectteam kunnen een gespreksleider kiezen. Hij moet in ieder geval wel onpartijdig kunnen zijn. De openheid en bruikbaarheid van de discussie is niet gewaarborgd als de deelnemers het gevoel hebben dat de gespreksleider aan de kant staat van de overheid of vooringenomen is over het onderwerp. Verder moet de gespreksleider in staat zijn te stimuleren, te informeren en de interactie te structureren. Interactie met burgers is alleen zinvol bij voldoende deelname uit die groep. Die komt niet vanzelf tot stand; de overheid moet er tijdig ruchtbaarheid aan geven. Voor deze promotie moet zij naast het internet zelf ook andere kanalen gebruiken, zoals het huis-aan-huis-blad, meldingen via de stadsradio/-televisie, posters etc.

Informatievoorziening deelnemers
Een deelnemer aan de interactieve besluitvorming moet kunnen terugvallen op informatie. Internet leent zich uitstekend voor een goede en snelle distributie hiervan. Overheden moeten nadrukkelijk aandacht besteden aan de documentatie op internet. Deze moet goed leesbaar en begrijpelijk zijn voor de doelgroep. Meestal heeft de internetgebruiker behoefte aan weliswaar complete, maar ook gecomprimeerde informatie. Een interactief traject is alleen compleet als er naar de deelnemers wordt teruggekoppeld wat er met hun inbreng zal worden gedaan. Waarom bepaalde ideeën wel of niet zullen worden gebruikt.

Locale democratie komt eraan!
Advies Overheid.nl heeft als aanvulling op de subsidietrajecten een online community opgericht: www.advies.overheid.nl/community. Hier worden ervaringen en best practices breder uitgewisseld. Een aanbevolen digitale gemeenschap voor mensen uit de overheid die bezig zijn of gaan met internetdemocratie. Opvallend is dat het vooral de grotere gemeenten zijn die tot nu toe hebben geëxperimenteerd met internetdemocratie. Daarom is het bemoedigend dat zes kleine en middelgrote Noord-Hollandse gemeenten samen gaan leren van en experimenteren met interactieve beleidsvorming. Naar aanleiding van dit project zal eind 2003 een handreiking interactieve beleidsvorming voor kleine en middelgrote gemeenten verschijnen. Voor alle overheden geldt dat het goed zou zijn als ze weer een stapje verder zouden gaan door de eigen inbreng in de discussie te vergroten, zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau. Dat voorkomt dat een discussie eenrichtingsverkeer wordt. Niet alleen de burger is dan toegankelijker voor de overheid, maar de overheid ook voor de burger.

Dit artikel is gebaseerd op de workshop interactieve beleidsvorming via internet van Daadkracht advies en managementdiensten.

Bart-Jan Flos werkt bij Daadkracht advies en managementdiensten en adviseert overheden over de inzet van internet. Raymond Heijder is redacteur van InConTrol.


Download

LeesVoorLees voor