
Een kwantitatief onderzoek naar teledemocratie en dienstverlening via Internet onder de Nederlandse (digitale) gemeenten (1998).
Er zijn steeds meer gemeenten op Internet te vinden. Eind maart 1998 bestonden er 293 ’digitale gemeentehuizen’. In september 1996 waren dit er nog maar 162, wat betekent dat het aantal digitale gemeentehuizen op Internet flink gestegen is en zelfs bijna verdubbeld. Slechts dertig procent van alle digitale gemeentehuizen is echter officieel, in de zin dat de gemeente de site heeft goedgekeurd dan wel geïnitieerd. Dit heeft als gevolg dat sommige gemeenten in twee, drie of zelfs vier varianten op Internet voorkomen. De pseudo-officiële sites zijn voor de surfende burger niet van de ’echte’ te onderscheiden. Ze maken gebruik van overheidsinformatie, voorzien van een officieel logo. Het is uiteraard slecht voor het imago van een gemeente als burgers zich op verouderde of zelfs onjuiste informatie zouden baseren. Overheden hebben in deze situatie echter weinig mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de vorm en inhoud van de door derden aangeboden informatie en blijken daarbij juridisch geen al te sterke positie te hebben. Overheidsinformatie is immers openbaar en vrij toegankelijk.
InformatieverstrekkingInformatieverstrekking over beleid is zowel van belang voor een goede dienstverlening als voor een goed werkende democratie. Op Internet presenteren de digitale gemeentehuizen over het algemeen alleen reeds vastgesteld beleid. Internet biedt echter de mogelijkheid tegen relatief geringe kosten beleidsdocumenten voor de gehele gemeente beschikbaar te stellen. Het is daarom verbazingwekkend dat bijna driekwart van alle digitale gemeentehuizen geen beleidsinformatie aanbiedt. Vijf gemeenten maken gebruik van een databank waar een ieder gratis gemeentelijke stukken kan downloaden.
InteractiviteitDe interactieve mogelijkheden van Internet lenen zich bij uitstek voor digitale discussies. In 1996 waren er zeven digitale gemeentehuizen die daadwerkelijk mogelijkheden boden voor interactieve betrokkenheid van burgers bij het gemeentelijke beleid. In 1998 is dat aantal gegroeid naar negen. Meer ’vrijblijvende’ maatschappelijke discussie is daarentegen op veel meer plaatsen te vinden, namelijk in vierendertig digitale gemeentehuizen. Dergelijke maatschappelijke discussies gaan niet direct over beleid, maar wel over gemeentelijke zaken.
In totaal zijn er 41 digitale gemeentehuizen met mogelijkheden voor interactieve communicatie. In 1996 waren dit er nog maar negentien. Er is dus een relatief sterke stijging waar te nemen van maatschappelijke discussies met behulp van Internet, terwijl discussies over beleid relatief zijn afgenomen.
DienstverleningDe minst verregaande vorm van dienstverlening is het vermelden van de openingstijden van het gemeentehuis. Zeventig procent van de digitale gemeentehuizen bevat deze voor de hand liggende verwijsfunctie naar hun analoge evenknie. Bijna twintig procent van de digitale gemeentehuizen geeft uitleg over gemeentelijke regelingen en eenzelfde percentage geeft uitleg over welke bescheiden en gegevens de burger nodig heeft als hij of zij zich aan het fysieke loket meldt voor een dienst. Bij twee gemeenten kan zelfs een afspraak worden gemaakt voor een gesprek ’in real life’ (irl) met een gemeenteambtenaar.
Enkele gemeenten bieden daarnaast mogelijkheden om on-line formulieren in te vullen en te versturen, een klacht in te dienen, ideeën te opperen of folders te bestellen. Het daadwerkelijk verlenen van een dienst komt echter nog maar zeer sporadisch voor.
ConclusiesHet onderzoek maakt duidelijk dat Internet in de ’politieke’ relatie en communicatie tussen burger en bestuur in Nederland vooralsnog geen grote rol speelt. Het merendeel van de Nederlandse gemeenten is digitaal nog niet present en de gemeenten die aanwezig zijn maken een weinig interactieve indruk. Wel zijn er op lokaal niveau vele interessante initiatieven waar te nemen.
Op het gebied van dienstverlening beginnen de gemeenten aarzelend te experimenteren met Internet. Hierbij gaat het echter vooral om passieve dienstverlening als uitleg en informatie en niet zozeer om een actieve dienstverlening. Veel digitale gemeentehuizen vermelden niet voor niets uitgebreid de openingstijden op Internet. Er wordt nog steeds vanuit gegaan dat burgers fysiek naar het gemeentehuis toe moeten, alhoewel de initiatieven in het kader van Overheidsloket 2000 bemoedigend zijn te noemen.
Download